Home » aanbod Primair Onderwijs » Rots en Watertraining

Onze Rots en Watertrainers zijn opgeleid door het Gadaku Intituut. Zij kunnen dit inzetten van groep 3 t/m 6.

 

Rots en Water is een practise based én evidence based programma: Het is uit de praktijk ontstaan terwijl de effectiviteit van het programma door vele onderzoeken, waaronder grote wetenschappelijke onderzoeken in Nederland, zijn bevestigd.

bron: Wat is het Rots en Water programma? - Rots & Water

De doelstelling is het bevorderen van een positieve ontwikkeling van sociale en emotionele competenties en het voorkomen en/of verminderen van problemen op het intrapersoonlijke domein (hoe zien leerlingen zichzelf ) en het interpersoonlijke domein (hoe gaan leerlingen met elkaar om) bij kinderen en jongeren.

Onder het intrapersoonlijke domein valt o.a: psychologisch welbevinden, seksuele autonomie, internaliserend gedrag, depressieve gevoelens. Onder het interpersoonlijke domein valt o.a.: het verminderen of voorkomen van agressie, seksueel grensoverschrijdend gedrag, pesten en gepest worden.

Dit gebeurt door het aanleren van sociale vaardigheden samen met leeftijdgenoten, veelal in een schoolse setting waarbij in het algemeen alle leerlingen worden betrokken. De motivatie en betrokkenheid van leerlingen is groot door de fysieke oefeningen, spelen en reële situaties (scenario training) en veilige sfeer waarin deze worden geoefend. In elke les worden oefeningen en spelen regelmatig afgewisseld met momenten van zelfreflectie en kringgesprekken.

Elke les wordt afgesloten met verwerkingsopdrachten voor het optimaliseren van de transfer van oefening naar praktijk. Het leren hanteren van het Rots en Waterconcept geeft leerlingen meer inzicht in sociale situaties en de impact van hun eigen gedrag. Rots staat voor eigen grenzen aan kunnen geven, zelfstandig beslissingen kunnen nemen, een eigen weg kunnen gaan. Water staat voor communicatie, kunnen luisteren, samen naar oplossingen kunnen zoeken, en de grenzen van anderen te respecteren. Gaandeweg dit proces leren zij, o.a. in sociale situaties, weloverwogen beslissingen te nemen en ontwikkelen zij meer en veelzijdigere gedragsalternatieven.